AdobeStock 1546546784

Interbestuurlijke verhoudingen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten

Studiegroep pleit voor nieuwe start binnen interbestuurlijke verhoudingen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

De ‘Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen’ presenteert in het rapport met vijf bouwstenen voor toekomstbestendige interbestuurlijke verhoudingen. De aanbevelingen zijn gericht aan het Rijk en de medeoverheden. Betrek medeoverheden al tijdens de formatie bij het bepalen van de doelstellingen van beleid en uitvoering. Maak daarnaast goede afspraken over de samenwerking tussen Rijk en medeoverheden voor een effectieve aanpak op de grote dossiers. Voorzitter Han Polman: “elkaar vroegtijdig betrekken, écht willen samenwerken en oog voor de regionale verschillen: als een nieuw kabinet dit vanaf de formatie goed oppakt vermijden we gedoe tussen overheidslagen en kan het kabinet met medeoverheden resultaten boeken op belangrijke opgaven in ruimte.”

Grote maatschappelijke vraagstukken effectief aanpakken

Goede interbestuurlijke verhoudingen zijn essentieel om de grote maatschappelijke vraagstukken effectief aan te pakken. In de afgelopen jaren stonden die verhoudingen onder druk doordat afspraken onvoldoende werden nagekomen, er te weinig aandacht voor uitvoerbaarheid was en financiële discussies het gesprek overheersten.

Ina Adema, voorzitter IPO: “Als een nieuw kabinet resultaten wil boeken op urgente vraagstukken als stikstof, woningbouw en netcongestie moet het goed samenwerken met gemeenten, provincies waterschappen. We zijn immers in hoge mate van elkaar afhankelijk bij de aanpak van deze grote opgaven.”

Over de Studiegroep

De Studiegroep is ingesteld naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer en bestaat uit leden met ervaring bij Rijk en medeoverheden: de directeuren van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en topambtenaren vanuit verschillende ministeries binnen het Rijk. Han Polman, staatsraad bij de afdeling Advisering van de Raad van State fungeerde als onafhankelijk voorzitter. De leden namen op persoonlijke titel deel aan de Studiegroep.